Ik ben een vrouw.

dscf7647_resize

Ja ja. Ik weet het. Ik had het kunnen weten. Dat gaat zo niet… Julie zei dat het niet zou gaan.

Setting : Dinsdagavond. Julie en ik. Ikea Gent. Twee volle karren. Eén auto. Ik had een lijstje meegebracht. We hebben ons er nauwgezet aan gehouden. We hebben alles. En zelfs méér. Eerst de achterbank vol. Dan de koffer. De koffer gaat niet dicht. Dat is helemaal niet zo’n punt, vind ik. Dozen erin en kofferdeur er gewoon open, overheen. ps Het is niet dat ik er niet aan gedacht heb. Maar een touwtje had ik niet. Ik wilde eerst het kabeltje van mijn iPhone gebruiken. Dat mocht niet van Julie. Toch te kort. * Ik rijd wel wat trager. Vind ik een prima idee. We rijden uit de overdekte parking. Bijna. Rijden we er uit. We nemen een kleine verkeersremmer. Hop-sa. En de koffer gaat open. ps Ik weet het. Wat had ik dan gedacht?!? En nee, de dozen schuiven er niet uit. * Ik rijd. Nu héél traag. Met open koffer de bocht om. ‘Mama, we moeten nu echt STOPPEN.’ Gelukkig. De god van de verhuis hoort mijn stille roep. Na de bocht is aan de zijkant een kleine ruimte. Ik gooi mijn vehikel in de berm. En ik weet het! Elke man die ons vanaf dat ogenblik tot twintig minuten later voorbij gereden is, heeft het alleroudste cliché ter wereld door zijn hoofd horen dreunen. Ik weet het. Ik ben een vrouw. Julie ook, maar zij heeft gezegd dat het NIET zou lukken. * Het beeld wordt dan een beetje als volgt : koffer van de auto open – vier deuren open – alle Ikea spullen rondom de auto op de grond verspreid – twee vrouwen in de koffer van de auto. Julie heeft een jeans aan. Ik een kleedje. Wij proberen uit te vinden hoe we die zetels plat kunnen leggen. Hoe we de hoofdsteunen kunnen demonteren. Ik heb dit nog nooit gedaan. Ik heb al vaak spullen versleurd. Maar met de camionette. Da’s makkelijker. Komt geen verbouwing aan te pas. * We verbouwen de auto. We slagen er echt in om alles plat te leggen en een ware zee van ruimte te creëren. Ik weet het. Ik had dit meteen moeten doen. Maar ik heb het dus niet gedaan. Ik ben een vrouw. En we stapelen : een mat, een soort ladekast in allerlei stukken (een bouwdoos maw), twee zetels (ja hoor, TWEE), twee grote bakken voor onder het bed, een salontafelTJE, twee sierkussens, een stukje geit en een kunstplant. Ik heb geen groene vingers. Julie ook niet. * De koffer gaat dicht. Ja. Hoor. We rijden naar kot. We moeten een brug over. Ik zie nu dat we het nooit gehaald zouden hebben. Stel je voor. De kunstplant op de brug. En al de rest… Julie zit op een campus. In een soort mega-studentenhuis. In een mini-kamertje. We moeten een mijl van haar kot parkeren. En sleuren alles. Over sportvelden. Trap naar beneden. Gang door. Kamer in. * 00.00 uur. Ik blijf slapen in Gent. Bij Julie. In het éénpersoonsbed. Met twee. Ik slaap niet. Het kot ziet er vol uit. Staat vol. Is vol. Haar NEST.

Succes Julie en alle andere starters! Op kot. In jullie nest. In jullie nieuwe biotoop.

Niet echt perfect om te verhuizen of om mee in een kofferbak te duiken. Maar mss om achteraf een welverdiend glas te gaan drinken…https://bingenella.com/justincase

En toen brak mijn hart.

dscf7470_resize

Julie heeft deze tekst eerst gelezen. En haar instemming gegeven.

*

Ik schrijf over haar. Ik moet het opschrijven, hetgeen ik heb meegemaakt, met haar. Want mijn hart is een beetje gebroken. Ik ben een stukje, verloren. Een kleine barst die ik niet had zien aankomen. Een scheurtje, dat volkomen buiten verwachting was.

*

Ik heb haar tijdens de zomer, de vakantiemaanden, niet of nauwelijks gezien. De wereld was niet groot genoeg. Mijn wereld, was niet groot genoeg, voor haar. Overal heeft ze haar hoofd neergelegd. Samen met Brent, met vriendinnen, met ouders van vriendinnen, zelfs met mijn ouders. Maar zelden met mij. Wij, Erik en ik en Marie, hebben haar weinig gezien. Behalve wanneer de was te vuil werd.

*

En zo begint op 31 augustus haar wereld in Gent. Woensdagavond 31 augustus. Erik doet haar weg. ’s Avonds, meteen na het werk. Ik rijd zelfs niet mee, want ze slaapt bij Eva. Op Eva’s kot, want haar kot is nog niet klaar. Veertien dagen, de eerste veertien dagen van haar nieuwe leven in Gent, slaapt ze op Eva’s kot. En de eerste avond, op 31 augustus, slapen ze samen. Want Eva is die nacht nog daar. Zij vertrekt de dag erna, naar huis. Ik rijd dus niet mee, die woensdagavond. Want het is maar op en neer. Ik ga paardrijden. Eva is er, voor haar.

*

En ik stuur ’s avonds, na het rijden een sms. Slaap lekker. Zij zijn samen gaan eten. Haar wereld in Gent gaat open. Donderdag is Eva weg. Ik stuur haar een berichtje, of twee, of misschien zelfs vier. Vrijdag 2 september komt ze met de trein naar huis. Ze is twee minuten te laat voor een eerdere trein. Bad timing. Ze wacht een uur. Ze zit op de trein naar Antwerpen. Vlak voor Beveren drukken mensen op de alarmknoppen. Men vecht, op de trein. De trein stopt. Politie moet komen. En nog meer politie, want de eerste ploeg is niet sterk genoeg. En uiteindelijk wordt er overmeesterd en in de boeien geslagen en rijdt de trein opnieuw. Julie mist haar aansluiting. Ik zit ondertussen al in de auto en ga haar in Berchem halen. Op vrijdagavond.

*

Dat doe je toch gewoon. We hebben een beetje moeite elkaar te vinden. Ik raak niet wijs uit het eenrichtingsverkeer rond Berchem Station. Blijkbaar mag je de verbodsborden negeren wanneer je een dierbare komt afhalen. Ik ben braaf en parkeer twee straten verder en loop te voet naar het station. We vinden elkaar. En ik wil natuurlijk weten, alles, hoe alles geweest is. En ze vertelt wel wat, maar niet zoveel. Een beetje over school, over een andere mentaliteit en een beetje over het vechten in de trein. En ik dring niet aan, want soms heeft ze tijd nodig. En dan hoor ik het later wel.

*

En ik zet haar thuis af en moet Marie nog gaan halen. Dus doe ik dat. En uiteindelijk zijn we op vrijdagavond, laat, weer met vieren compleet. Een beetje wordt er nog gebabbeld, maar niet veel. De meisjes trekken naar boven. Zaterdag is het gewoon werk, voor mij en Erik en zelfs ook voor Marie. Zij start haar eerste dag. En na het werk gaan Erik en ik meteen naar een schitterend feest en komen pas zondagochtend thuis. En Marie komt ook pas laat thuis. Zij werkt tot 23u en gaat dan met een vriendin nog iets drinken. Julie is dus alleen.

*

En op zondag, de dag na het feest, ligt Erik nog in bed. En ik doe ’s morgens Marie weg, want zij gaat naar stal. En ik doe meteen boodschappen. En dan, krijg ik, een sms. Waar is iedereen? Laten jullie mij vandaag ook weer alleen? Ik vind het vreemd. Een raar bericht. Ik ben toch gewoon onderweg naar huis. En Erik is zelfs thuis. Al dan niet bij bewustzijn, maar in elk geval fysiek. Ik bel dus even. Om te zeggen dat ik eraan kom. Dat ik haar niet, alleen laat.

*

Ik kom thuis met mijn armen vol zakjes en loop de living in. Wat is er toch allemaal aan de hand? Ik laat haar toch niet alleen? En dan zijn er tranen. En dan breekt mijn hart. Want zo intens is verdriet. Zo groot is twee dagen eenzaamheid op kot. Zo eenzaam is twee dagen Gent. En dan komt het. Mama ik wil niet terug. En wordt er geknuffeld en vastgehouden. En je probeert een stukje warmte en vertrouwen door te geven. Een stukje liefde in haar hoofd en in haar hart te planten. Neem het mee. Het blijft altijd bij jou, waar je ook gaat.

*

En Erik en ik gaan die zondag naar een doopviering en babyborrel, maar excuseren ons een beetje vroeger. Vroeger dan dat men van ons gewoon is. En wij rijden weer naar huis. Naar ons tedere hoopje. We moeten een oplossing zoeken, want het verdriet blijft groot. Om weer naar Gent te gaan, om weer alleen te zijn. En de wereld die drie dagen geleden te klein was en die geen thuis of toch slechts een zeldzame thuis nodig had, is ineens veel te groot. En te ver van huis, en te onbekend, te alleen.

*

We zijn zondagavond 4 september dus met vijven thuis. We zijn er allemaal. Brent is er ook. We maken een heel warm nest. Maar dat maakt het nog moeilijker. Het voorziene vertrek, het afscheid. We zoeken een oplossing. We moeten een oplossing vinden. We rijden die avond heel laat naar Gent. Zo laat dat de straten verlaten zijn. Ze maakt een hartje met haar handen wanneer we vertrekken. Ik laat een stukje van mijn hart achter.

*

Maar ik rijd nu voorlopig op dinsdagavond naar Gent. Als jullie er niet zijn, dan durf ik om 17.55u mijn deur te sluiten. Ik bid een weesgegroetje tot de Arme Klaren, dat deed moeke Turnhout vroeger ook altijd, en hoop dat de spits zich miraculeus oplost. En dan ben ik er op een dik uur en gaan we een hapje eten. We wandelen, door Gent en kruipen samen in bed. In Eva’s bed. Dankje Eva. En dan is het al woensdag. En is haar week al half. En op woensdag komt Brent. En zo lossen we het op. Voorlopig.

*

Tot de wereld in Gent, ook een beetje haar wereld is. En dat wordt het wel. Zonder twijfel.

Voor alle starters aan unief en hogescholen en andere eerste jaren : Vlieg, meisjes en jongens. Vlieg zo hoog je kan. Wij zijn er altijd om jullie op te vangen.

 

 

 

Blote voeten.

DSCF8169_resize

 

Zondagochtend. Ik heb geen benen meer. Geen voeten. Ik heb vier uur geslapen. Ik heb genoten. Bijna zoveel dat het teveel zou kunnen zijn. Maar het was net niet, teveel. Het was op het randje. Het was een feest. Tongstrelend. Oogstrelend. En ik heb mijn hakken gedragen. Ik heb ze vaak mee op reis genomen. En dan gingen ze van de slaapkamer tot de liftdeur. Maar nooit tot in het restaurant. Omdat dat gewoon ik niet was.

❤️

Maar zaterdag heb ik ze gedragen. En van de auto tot aan de feestdeur, heb ik Erik vijf keer gevraagd om trager te lopen. Maar ik ben binnen gekomen met mijn hakken. En voor de allereerste keer ooit, hoorden ze daar. Ze waren gemaakt voor dit feest. Want deze hakken zijn uniek. En dit feest was uniek. We hebben genoten aan tafels, wit, Puur wit.

❤️

En Britta zat bij ons. En toverde ons even mee naar Argentinië, met haar verhalen. Een droom. En vervolgens loste ik een taxiprobleem op, van een dochter die uit Turnhout ’s nachts weer thuis moest raken. En ikzelf loste het niet echt op, maar zeldzaam unieke mami was taxi. Ik stond even op straat. En regelde de rit. Via gsm. Want in de tuin, op het tuinfeest, was de ambiance en het geluid, te luid. Dus Marie raakte thuis. En ik raakte weer binnen.

❤️

En ondertussen was er een hoofdgerecht. En hier ben ik mijn hoofd, en zinnen, bij verloren. Op genieten staat geen grenzen. Heel even was ik toen Britta kwijt. Maar Ann en Kris en Kristin en Maarten en mijn Erik vulden de sfeer. En terwijl wij ons nog tegoed deden aan Puur onevenaarbaar delicieus aards en onaardse gerechten, werd de dansvloer reeds onveilig dansend gemaakt. Ik heb mijn bord leeg gegeten. Ik heb mijn glas, rood, leeg gedronken. Ik heb mijn hakken aan gehouden.

❤️

En ik ben gaan dansen. En ik denk niet dat ik er nog weg geraakt ben, van de dansvloer. Ondertussen heb ik Britta weer gevonden. En af en aan komen Kristin en Maarten en Veerle en Geert en Peter langs. Mijn hakken doen het nog, en ik ook. Mijn armen zijn in de lucht en voor mij en weer boven mij. En ineens, zonder enige twijfel, op dat moment moeten het blote voeten zijn. Zelden zijn er blote voeten feesten. Dit is er één. Het is buiten, in de tuin, en mijn hakken hebben alles gedaan, maar nu, is het tijd, voor blote voeten.

❤️

En dan zijn er natuurlijk geen grenzen. Hoe ver, hoe groot, hoe hoog, hoe onder en boven, kan je dansen, op blote voeten? Onbeschrijflijk, ver! Zó ver, dat de tijd naar de ochtend neigt. Dankjewel liefste Veerle en Geert voor een tijdloos, onvergetelijk feest.

___________

BARE FEET.

Sunday morning. I feel no legs, no feet. I’ve slept four hours. I’ve savoured. So much that it could have been too much. But it wasn’t, too much. It was perfect. It was a party. Exquisite. Magical. And I have put on my heels. I have worn these several times before. I’ve taken them on my holidays. And then they went from bedroom to elevator. But they never made it to the restaurant. Because they just weren’t me.

❤️

But Saturday, I’ve put them on. The distance from our car to the partydoor, I’ve asked Erik five times to slow his pace. But I’ve made the entrance with my heels. And for the first time ever, they belonged. They were made for this party. Cause these sandals are unique. And this party was unique. We’ve enjoyed savorously at tables, white, Pure white.

❤️

And Britta joined us. And she beamed us up to Argentina, with her stories. A dream. And then, I had to solve a taxiproblem, concerning a daughter, mine, who in the middle of the night had to get home. And it was not I who really solved the problem, it was Mami, deliciously unique. I was standing in the street, organizing and coordinating through my cell. Cause in the garden, at the party, the ambiance and the music, were too loud. So Marie got home. And I got back inside.

❤️

Meanwhile, there was the maincourse. And here I lost my head, my senses. Pure delight has no bounderies. For a while, I lost Britta. But Ann and Kris and Kristin and Maarten and my Erik filled the atmosphere. And while we were still enjoying Pure delicious earthly and unearthly dishes, some already filled the dancefloor. I’ve finished my plate. I drank my glass, red, to the bottom. I still wore, my heels.

❤️

And I went dancing. And I don’t think I ever again left, the dancefloor. Meanwhile I found Britta. Or she found me. And on and off there is Kristin and Maarten and Veerle and Geert and Peter. My heels are still doing their thing, and so am I. My arms are in the air and in front of me, and above my head. And suddenly, without any doubt, at that moment, it has to be bare feet. Seldom, there are bare feet parties. But this is one. It is outside, in the garden and my heels did it all, but now, it is time, for bare feet.

❤️

And from that moment on, there are no bounderies. How far, how big, how high, how up, how down, can you dance, on bare feet? Magically, far! So far, that time becomes morning. Thank you my dearest Veerle and Geert for a timeless, unforgettable party.

 

Een ongeschreven wet.

DSCF7633_resize

Een ongeschreven wet.
❤️
Ik heb maandag iets ongehoords gedaan. Een ongeschreven wet verbroken. Iets wat altijd zo geweest is. En eigenlijk altijd zo had moeten blijven. In twijfel getrokken. Ik heb maandag. Frietjes gebakken. Normaal doet Erik dit. Hij doet het al jaren. Op maandag. Verse, eigengebakken frietjes. Met sla. En witloof. En tomaatjes. En pijpajuin. Eenvoud siert. En zo lekker.
.
Maar Erik moest collectie gaan kiezen. Een beetje zoals ik. Maar dan met tandwielen. En spaken. En ik dacht. Omdat ik mijn laatste vrije maandag had. Dat ik wel eens een frietonderneming op kon zetten. En ik zoek het op. Op internet. Echt. Waar. Want ik heb nog nooit zelf frietjes gebakken. En ik kies Jeroen Meus. Omdat ik hem wel een frietman vind. En ik schil en snij. En ik zie al meteen, de mijne zijn dikker dan die van Erik. Want Jeroen Meus zegt 13 mm. En volgens mij zegt de chef van Erik minder. Want die van mij zijn dus dikker.
.
En ik doe voorbakken, zonder voorwas. En zonder kleur. Want ik mag niet laten kleuren, zegt Jeroen. En ik laat rusten. En tijdens het rusten, doe ik boodschappen. Want ik heb nog geen tomaten, en witloof, in huis. Ik schil en snij. En kruid. En het ziet er Belgisch uit. Top. En dan komt Erik thuis. En hij bakt de frietjes de tweede keer. De laatste keer. De finale bak.
.
We zitten aan tafel. Marie, Erik en ik. En dan valt het woord. HET woord dat alles verandert. Dat zekerheden onzeker maakt. Dat de friet- en de maandagcultuur, verandert. Ze zijn lekker. Mijn frieten. Niet gewoon lekker. Maar gewoon onweerstaanbaar. Luchtig. Krokant. En Marie zegt. Papa, die van jou zijn ook wel lekker hoor… Er zijn geen zekerheden meer in het leven.
❤️
Dankjewel Julie om op een krokant zwart, nadenkende friet te lijken.
❤️
Eén zekerheid blijft bestaan : https://bingenella.com/collecties

Feeëriek.

DSCF7491_resize

Waiting for the weekend.
❤️
Waarlijk. De meest wonderbaarlijke ervaring. Gisteren. Ik werk aan mijn toonbank. Vooraan in de winkel. Iets bruins verschijnt in mijn ooghoek. Aan het portaal. Een hond. Zonder baas? Ik kijk opzij. Komt er niemand aan? Terug naar de hond. Wat bizar. Dit is geen hond. Grote ogen. Niet die van mij.

Alhoewel, misschien op dit punt ook wel die van mij. Een ree. Bambi. Een sprookje voor mijn deur. Ik beweeg. Zij schrikt. En loopt verder. Ik ga naar buiten. Wat een wonderbaarlijk zicht. Auto’s stoppen. Fietsers stoppen. Mensen wijzen en lachen. Iedereen is verwonderd. Even staat de tijd stil.

Het doet iets met je. En verandert je dag. Ze loopt richting Warande en verdwijnt. Ik bel naar de politie. Goededag mijnheer, ik heb een ree gezien. Twintig seconden stilte aan de andere kant. Hallo mijnheer? Ja mevrouw, u hebt dus een ree gezien, zegt u? Hij verwart met een roze olifant. Het duurt even alvorens ik hem van mijn ree overtuigd heb. Ik wens jullie een dag vol wonder.
❤️
Dankjewel Julie om even wonderbaarlijk als Bambi te zijn.

féfé.

GRANCANARIAFEB2015005_resize

Wel, ik wilde eerst een hele andere tekst schrijven. Over een namiddag vol exotische schonen in Knokke. Het laatste halfuur is er echter iets helemaal anders aan de orde gekomen. En uiteindelijk is dit dan wel hetgeen waar ik het over wil hebben. Het is volgens mij iets waar elk van ons op één of ander moment wel eens bij stilstaat.

Niet te serieus. Zo zitten wij bij de familie Lauwers niet in elkaar. Maar we zijn er wel. Altijd. Voor elkaar. Zo zitten we wel. In elkaar. féfé is geopereerd. Tussen haakjes. féfé is Xavier en hoort eigenlijk Opa te zijn. Xavier was echter voor de kinderen te moeilijk om uit te spreken en werd féfé. En toen vond féfé féfé veel cooler klinken dan Opa en Xavier. En is het dus féfé geworden. Voor iedereen. Eigenlijk.

Dus féfé is geopereerd. Aan zijn hart. Routine. Ik weet het. Iedereen zegt het mij. Maar het blijft zijn hart. En het blijft féfé. Nu is alles goed verlopen. Absoluut. En er zijn vrienden die kaarsen gebrand hebben. Herinneringen aan momenten met féfé. Dat weet ik. En er zijn klanten die kaarsen gebrand hebben. Lekkere. Dat weet ik. En er zijn vrienden en klanten die berichten gestuurd hebben en op fb geantwoord hebben. Dat weet ik. En dankjewel allemaal. Echt. Want op de één of andere manier, is een hartoperatie geen routine. En zeker niet. Voor féfé.

In elk geval, féfé is ok. Hij is goed. Twee dagen later. Maar hij heeft weinig longinhoud. Wat wil zeggen dat hij weinig kan. Zeggen.

En dit is nu het moment dat ik van oorspronkelijk onderwerp veranderd ben. Want natuurlijk. Je hebt het gezin. En je hebt de familie. In zo’n geval. Maar op de één of andere manier denk je niet meteen aan die fietsmakkers. Die vrienden. Die je zelf eigenlijk nooit ziet. Want ik zit niet op een fiets. Tenminste niet met zo’n broekske.

En dan blijkt. Vanavond. Dat die fietsmakkers te popelen staan om féfé te bellen. Om ik weet niet wat tegen hem te vertellen. Waarschijnlijk hoe snel ze gereden hebben. Of achter welke schone poep ze gereden hebben. Of waar ze een pint gedronken hebben nadat ze gereden hebben. Ik was hun totaal vergeten.

Dus zij willen graag bellen. Om te vertellen wat ze altijd tegen elkaar vertellen. Maar féfé heeft nog geen adem. Ik heb hun dus gevraagd om de meest smartphone gerichte onder hun te engageren. En fotookes en berichtjes van hun door te sturen. Wel gewoon via sms wel te verstaan. Want féfé kent niets anders.

Dankjewel fietsmakkers om féfé jong te houden!

Een hawaïaan geeft me stress.

annickmei2016

De stress wordt groter.  Tot een tijdje geleden was ik in de hemelse veronderstelling dat enkel Janneke en Mieke mijn luttele blogberichten zouden lezen.  De inhoud maakte dus allemaal niet zoveel uit.  Een kleine dagdagelijkse beslommering en ik was vertrokken.

Ondertussen hebben mijn dochters me er al redelijk kordaat op gewezen dat ook leerkrachten, medeleerlingen, vrienden, vriendinnen, kortom i e d e r é é n de blog leest.  Tenminste wanneer zij het onderwerp of lijdend voorwerp van het bericht in kwestie zijn.  In mijn persoonlijkheid is hun aanhang danig minder geïnteresseerd.  Ik ben dus vriendelijk verzocht héél goed na te denken en te censureren alvorens ik mijn inkt laat vloeien.

En dan het moment dat ik op een zonnige zondige zondag op een terras zit en out of the blue een dame tegen mij zegt ‘U moet blijven schrijven.  U heeft werkelijk een heerlijke pen.’ Of die keer dat ik ’s middags net een soepje wil halen en een schitterend lieve onbekende mij een straat verder aanspreekt en zegt ‘O, bent u niet in de winkel?  Ik herken u van uw blog en wilde net een keer langskomen’.

Zo zie je maar.  De wereld is klein en ik begin een beetje op Bette Midler te lijken : krullen, lachen en héél bekend.  Ik mis alleen haar zoetgevooisde stem.

Voorbije zaterdag.  Uitzonderlijk zwoel België.  Turnhout, een zinderende stad.  Sint Antoniusstraat, mijn Coronation Street.  17.00 uur.  Rita, uniek hemelse buurvrouw en ik acteren als volleerde god-wanneer-mogen-we-onze-deur-sluiten muurbloemen, wanneer een klantje met fiets én man én #yeeywateensubliemedochter bij mijn etalage stoppen.

Ik beëindig mijn zalige, maar gezien ik het me zelfs niet meer herinner, hoogstwaarschijnlijk volkomen grandioos zinloze gesprek met Rita en vervoeg Mrs, Mr en Ms X.  Ik wist ergens in mijn, gezien de voorbije dorstige zomeravonden, ondertussen zompige brein dat deze drie heerlijkheden net terug waren van een OMG reis naar Hawaii en ging ervan uit dat zij mijn buitenlandendorfines wel in danige oproering zouden kunnen brengen.  Zoals het op een zomers luie, tegen sluitingstijd aangrenzende zaterdag betaamt, kabbelt het gesprek hartelijk heen en weer.

Tot het moment .  HIJ stelt dé vraag.  Of hij tijdens hun maand afwezigheid veel blogberichten gemist heeft?

Nee toch.  Echt!?!  Ik had het gerucht hier en daar al wel een keer opgevangen.  Her en der een testosterondurver die mijn blog leest.  Ik voel mij natuurlijk vereerd, heavenly honoured, glorieus gevleid.  Maar eerlijk.  Heren.  Ik wilde deze eigenste blog oorspronkelijk schrijven over de nutteloosheid van het poetsen, behalve dan misschien voor het een beetje in shape houden van je bovenarmen, zodat je daar niet van die hangconstructies krijgt en je zodoende op gezaperige leeftijd met je ene hand je andere arm moet vasthouden tijdens het wuiven omdat je anders een onderhangend meezwaaiend windvlak krijgt.  Echt!  Dit kan ik toch niet schrijven, wanneer ik weet dat JULLIE meelezen 😉

En zo krijg ik blogstress.

Like Bing&Ella op fb en instagram en wordt af en toe getracteerd op overheerlijke lectuur.

_________________________________________________________________

HAWAIIAN BLOGSTRESS

Stress is building.  Until a little while ago, I was just adorably innocent.  Thinking that only a few loving girlfriends were reading my blog.  Content was not that big a matter.  A minor daily happening, and off I went.  Writing about nothing really.

Meanwhile my daughters quite strongly suggested I ought to keep in mind that not only their friends, but also teachers, co-students, so really nearly e v e r y b o d y take pleasure in reading my blog.  At least, this is true for the pieces I wrote about them. My own earthly experiences surely are of less interest to their crowd.  Anyway, Julie and Marie requested me strong- and dearly to absolutely and please think twice before spilling my ink.

And then there’s the moment, a sunny, sinny sunday, I was sitting on a terrace, when out of the blue a lady says to me ‘You have to continue writing. You really do have a delicious pen.’ Or the one time I was just going out getting myself a cup of soup.  A gorgeously sublime unknown catches me in the street and proclaims ‘Oh aren’t you in your boutique?  I recognize you from your blog and I was just planning on a visit.’

It is clear.  It really is a small world and it seems that bit by bit I’m beginning to look more like Bette Midler : curls, big smile and totally famous.  It’s just her precious voice that laks me.

Last Saturday.  Exceptionally hot Belgium.  Turnhout, sizzling city.  Sint Antoniusstraat, my Coronation Street.  Five o’ clock.  Rita, heavenly unique neighbour, and I – just playing the part of unimaginably perfect omg-please-when-may-we-close-our-door wallflowers, when a client, with bike, with husband, with #yeeywhatacutegirl take a stop in front of my shop’s window.

I end my lovely, but since I don’t even recall the flow, probably totally meaningless conversation with Rita and accompany Mrs, Mr and Ms X.  Somewhere in my rather spongy brain – due to the previous warm thirsty summerevenings – there was some recollection of these three delights making a trip to Hawaii.  I just presumed they wouldn’t have the faintest problem exciting my travelendorphines.  And, perfectly matching this fine warm spring eve, the conversation carries on heartily.

Until the moment.  He poses thé question. If, during their month of absence, he missed a lot of blogentries?

No.  Really?!?  I heard the rumour.  Here and there a testosterone-daredevil reading my blog.  I obviously do feel honoured, heavenly proud, glorously delighted.  But honestly, Gentlemen.  I originally planned writing this blog about the unbearable uselessness of housekeeping – except maybe for shaping up your upperarm and avoiding getting this hideous hanging skinconstructions, which make you, when at old sluggish age, hold one arm with the other hand while waving, cause otherwise you get an extra under hanging windy bodily part.  Really!  I just can not write about these kind of things when I know YOU guys are reading 😉

And thus, I get blogstress.

Like Bing&Ella on fb and instagram and get regularly treated to these delicious literary masterpieces.