Rudolf

Ik heb gisteren de meest bizarre autorit gehad, achter in de camionette van Erik, gezeten op een kruk, met mijn armen dicht om Rudolf. Gillend bij elke drempel, kreunend in elke bocht, hij en ik samen. Rudolf wachtte ons op aan het atelier van de Academie voor Schone Kunsten, ontsproten aan de creatieve geest en scheppende handen van Ann en haar assistenten. Ik denk niet dat hij genoten heeft van de rit, ik ook niet.

Erik heeft hem bij aankomst in zijn armen getild en met aandacht voor zijn geamputeerde gewei – één helft hebben we lokaal en chirurgisch moeten verwijderen wegens te groot en niet compatibel met de camionette – rechtstreeks in zijn nieuwe veld gezet. Ik heb zijn elastieken nog om poten en lijf gelaten, omdat ik vrees dat door het schokken zijn schorsige huid gelost is.

Hij mag de nacht rusten, bekomen van emoties, wennen aan zijn nieuwe verblijf. Erik haalt bij de schrijnwerkerburen een nietpistool, ik leg mijn hotmeltpistool klaar. Vandaag, donderdag is de etalage een operatiekwartier. Rudolf wordt opnieuw heel. Morgen, vrijdag moet hij weer edele Rudolf zijn, klaar om Santa’s kar te trekken en te schitteren in de kerstetalage van Bing&Ella.

Indian Summer.

INDIAN SUMMER. Dit is wat je moet doen op een perfecte nazomerse zondag in september. Je mag niet twijfelen, niet aarzelen of je het wel kan organiseren. Zelfs wanneer je ogen op half zeven hangen omdat je de drie voorgaande nachten te weinig geslapen hebt omdat je dochter de meest horrific nachten heeft na haar amandeloperatie, ga je toch voor deze zondagnamiddag.

Ik maak het natuurlijk niet te ingewikkeld, want mijn verstand werkt niet in die mate. Erik koopt een stuk vlees, wat eerlijke groenten, een bouillon (koopt, niet maakt) en een fles champagne. Wijn hoeft niet, want we hebben nog rosé liggen van de laatste trip van Liesje en Fred naar Frankrijk. Ik ben georganiseerd voor de middag en heb weinig tijd nodig.

Vrienden arriveren, de zon overwint de ochtendmist, champagne wordt geschonken en gin en zonnebrillen worden tevoorschijn getoverd. We gaan met z’n allen, behalve Erik en Fred, want die vinden gin belangrijker, Chili het paard bezoeken. Hij staat vijfhonderd meter en een sappige weide van ons verwijderd. Wanneer we terugkomen, brengt Erik de kolen net à point en legt de steak op de grill.

Lies en ik – ik zeg niet Liesje, wat ik normaal wel vaak doe, maar we hebben net een heel gesprek over de toch wel ergerlijke alomtegenwoordige verkleinwoorden in onze huidige taal gehad – bekleden de tafel met groenten en saus. Marie doet tussen al ons zonnige gebeuzel haar best om ook een beetje geluid uit te brengen, niet erg duidelijk, maar wij doen ons best om haar te begrijpen.

En vervolgens drinken we op gezonde tijden, op uitzonderlijke tijden, op tijden van vriendschap, op tijden zonder voorbehoud. Heb dit soort dagen lief, mijn dames, elke seconde, elke minuut, zonder twijfel.

ps Marie heeft een lijst gemaakt van alle dingen die ze wil eten, wanneer ze weer kan eten. En haar lijst is erg lang.

Goud.

GOUD. We komen elkaar voor de eerste keer tegen in de gang met de volkoren-spelt wafels, allebei onze rode trekkar achter ons aan rollend. Ik, zonder maquillage, nog een beetje roze van de slaap, enkel zo vroeg op pad en aangekleed op een zondagochtend omdat ik Marie naar het station gebracht heb, jij, fris en monter met een klaar wit gesteven hemd, een licht bruine broek en een zwarte ceintuur, zilver grijze haren en een lach. Ik ga opzij, misschien het ingeboren en aangeleerde respect voor de ouderen, misschien gewoon een toevallig spontane afwijking naar rechts. Ik ga eigenlijk zefs niet zover opzij. In elk geval, vind je mijn beweging genoeg om mij allerhartelijkst en oprecht te bedanken om jou voorrang te geven in het biokoeken gangpad.

Je maakt me wakker, echt wakker en zet mijn zondag op een ander niveau. We vervolgen ieder onze weg. Ik ga richting kip en verlies je uit het oog. Ons scheiden duurt echter geen tien meter, we maken onbewust en onbedoeld een lus, om elkaar ter hoogte van yoghurt en verse kaas en room opnieuw te ontmoeten. We lachen, alsof we elkaar al veel langer en eindeloos kennen en ik zeg dat we bij de derde ontmoeting absoluut iets moeten gaan drinken. Jij zegt dat er in de supermarkt jammer genoeg geen café is. Onze ogen lachen en we nemen afscheid, opnieuw. Ik zoek de laatste boodschappen op mijn lijst en leg alles op de band.

Ik reken af en wil vertrekken, wanneer ik mijn naam hoor. Mijn broer is deze zondagochtend vroeg in de supermarkt – waar ik eigenlijk nooit kom en alleen maar ben omdat ik toevallig eerst naar het station moest en deze de dichtsbijzijnde en logisch geplaatste op mijn parcours is – om katteneten te kopen, omdat zijn katten het vorige nieuw en onbekend gekochte katteneten, weigeren te eten (Trouwens, wij hebben nu die zakken katteneten zomaar voor niets gekregen, om uit te testen op onze katten, die eigenlijk ook rot verwend zijn, omdat zij altijd dezelfde malse brokjes krijgen en dus hoogstwaarschijnlijk hun neus ook op zullen halen voor dit nieuwe eten…).

Wij lopen samen naar buiten en staan nog even nieuwe en oudere woorden uit te wisselen, wanneer jij mij opnieuw en de derde keer passeert. Jouw auto staat naast de mijne, wat ik natuurlijk niet kan weten, omdat we elkaar nog niet zolang kennen en je gaat je kar terugzetten nadat je je boodschappen in je koffer hebt geladen. Ik zeg het je, dat wat we altijd zeggen, wanneer we iemand de derde keer tegenkomen, dat ik jou op een pintje zal trakteren. En jij zegt onmiddellijk, zonder te twijfelen, zonder er één seconde over te moeten nadenken dat jij mij dan absoluut ook op een pintje zal trakteren.

We kennen elkaar niet en jij bent bijna tachtig en misschien zal één van je kinderen of kleinkinderen dit verhaal lezen en het heel toevallig tegen jou vertellen en jij zal hun dan zeggen dat jij degene bent die mij een pintje beloofd heeft. En zo wordt een gewone ochtend, zonder maquillage en nog roze van de slaap, GOUD. Dankjewel. – Lieve dames, Bing&Ella belooft jullie een gouden winter. We beloven dat het jullie goed zal gaan, we beloven dat we jullie zullen koesteren, we beloven jullie goud in de bladeren aan de bomen, we beloven jullie de zon met schittering te zullen kleuren. Beloven jullie ons te zullen kijken, verwonderd te zullen zijn en te zullen genieten van elk gouden moment.

Heb ze lief.

DSCF4907_resize

HEB ZE LIEF. Vrijdagavond. Er is iets geweldigs aan mannen. Werkelijk unieks. En het is niet alleen de mijne. Vorig weekend in de winkel rinkelt de iphone van een klant. Het is haar man die in de supermarkt boodschappen doet en haar zegt dat het door haar op het lijstje genoteerde wasprodukt niet meer exact dezelfde naam draagt, maar nu anders heet en of dat dan ook goed is, of hij dat dan toch mag kopen?!?

En vandaag doet Erik boodschappen en belt hij mij. Hij beschrijft dat hij staat te kijken naar het rek met de Mexicaanse producten en vraagt zich af welke kruiden hij moet kopen om op het gehakt te doen, hij ziet rode zakjes met allemaal verschillende benamingen. Via een geweldig omschrijvend telefoongesprek raken we uit onze queeste. Hij komt thuis met het juiste zakje. Hoe geweldig zijn onze mannen???

Heb ze lief, mijn dierbare dames.

Weekend.

29 en 30 juli. Weekends kunnen wonderbaarlijk zijn. Uniek. Werkelijk één in een ziljoen.

Zaterdag. We hebben de zon zien ondergaan en bijna, als we nog net iets langer waren gebleven, weer zien opkomen.

Ik heb mijn ogen op zaterdagnacht een flits van een seconde dicht gedaan, om luttele, uren later – naar mijn gevoel eerder drie korte seconden – weer open te doen. Het leek op dat ogenblik een geweldig idee om zo laat op dit heerlijke feest te blijven. Zondagochtend werken mijn hersenen echter niet meer.

Britta en Peter, dankjewel voor een unieke zaterdag, midzomernacht. We lagen veel te laat in ons bed, maar elke seconde was elke seconde waard.

02.30u vallen we op onze matras. De wekker gilt ons om 06.00u weer klaarwakker. Zondagochtend. Zwart, grijs, donker, bewolkt met regen, en meer zwart, zo ziet de hemel er uit. We gaan ZEILEN.

Plaats van afspraak : Grevelingenmeer, Nederland. Rudy wacht ons op. Hij is een silhouet op de dijk. Eerlijk toegegeven, we hebben reeds een paar verkeerde dijken achter de rug.

Dé B O O T. Je hebt boten en boten, en dit is duidelijk een hoofdletterboot! Erik kent Rudy, van onder water – duiken… Ik ken niemand. Maar wat een ontvangst. We drinken koffie en ontbijten. We laten de regen het dak geselen. Wij zitten droog en deinend.

En dan, om 12u, uiteindelijk (Het voelt of we sinds gisteren wakker zijn – ooh nee, we zijn dit eigenlijk ook bijna!!!) varen we de haven uit. We gaan overstag en overstag. Ik hou het vol. We krijg een bui en wolken, en véél wind, en dan breekt de zon door.

Rudy geeft het roer aan Julie. Ze wil eerst niet, maar laat zich toch overhalen. Rudy en Martine worden matrozen, Julie is schipper. We gaan overstag en maken ik weet niet hoeveel knopen. We hangen helemaal schuin. Rudy en Martine zeggen dat deze boot niet kan kantelen… Voor mijn eigen gemoedsrust geloof ik hun.

We zeilen, snel. Ik verbrand, vooral mijn neus, als gewoonlijk. We groeten de passerende boten (wat een respectvolle sport). We varen tot de tijd van het aperitief. We hebben genoten, subliem, op volle kracht.

Zoals het ganse weekend geweest is. Britta, Peter, Martine, Rudy, dank je voor de uitnodiging en voor een onvergetelijke tijd.

Paris plage.

We hebben het ondertussen zo vaak gedaan, en toch is het elke keer weer anders. Hoe vaak kan een stad je blijven verrassen. Parijs is aan ons gegroeid. Het heeft tijd gekost, slechte restaurants, verloren lopen in verkeerde buurten. Wij zijn wandelaars, bovengrondse ontdekkers. Ondertussen zijn we geroutineerde toeristen, nog steeds zeulend met een fototoestel, maar zonder kaart en met een vaste bistro. We bezoeken dingen, plaatsen, het ene gepland, het andere omdat Erik er de vorige keer een glimp van heeft opgevangen. We staan ’s morgens bijna voor dag en dauw bij de Colonnes de Buren, aan het Palais Royal. We hebben nog maar net onze ogen weer opengeperst na door de Thalys op Paris Nord te zijn uitgespuwd.

Het is een paar uur werken geblazen om vervolgens tussen een van joie de vivre claxonnerend Parijs aan onze voettocht te beginnen. Uitgehongerd belanden we in onze favoriete bistro, in onze favoriete buurt, Le Compas – Rue Montorgueil. Alweer, hoeveel weinig verrassende habitudes kan een mens hebben, maar hoe eeuwig zalig. We bestellen Le Minuty, le rosé qu’on boit avec des amis. Erik en ik zijn deze keer maar met zijn twee, maar wij zijn zeker vrienden, dus le Minuty moet en zal het zijn.

We zitten echt meer dan één uur, mss zelfs twee. Waarom niet? Op genot staat geen tijd. Erik tovert vervolgens een verborgen, kleine, betoverende Passage uit zijn zak, wanneer we onze voeten traag voor elkaar slenterend in de richting van de Seine bewegen.

We dalen af bij Le Pont Neuf en speciaal voor ons staat daar de start van de opbouw van Paris Plage. Ik weet niet of het dat werkelijk is, maar zo noem ik het. Mensen lopen op blote voeten, rosé en bier en karaffen water, zonnebrillen en rode schouders. We trachten de aantrekking te weerstaan. We wandelen twee bruggen verder, maar draaien terug.

Hoe kunnen we anders dan onze laatste uren en minuten slijten op dit terras? We zeggen niet veel, eigenlijk zijn we doodmoe, niet leeg moe, maar vol moe van een heerlijk amoureus Parijs, van genieten, van veel te weinig slaap, van een zon die speciaal voor ons van achter de wolken is gedoken en de Seine in bliksemlicht zet.

We zitten tot de laatste minuut en nog vijf meer, alvorens de metro in te duiken en opnieuw op Paris Nord aan te komen. A la prochaine. 

Doe alles.

DSCF4393_resize

Voelen jullie het ook. Wanneer die eerste zomerdagen gepasseerd zijn. En de zon onder je huid gekropen is. Wanneer je die eerste druppel plakkerige zweet over je linker slaap traag naar beneden hebt voelen rollen. Wanneer het leven trager gaat en hangt tussen de zinderende zon en de allerlichtstblauworanjerood vallende avond. Je slorpt D-vitamienen en rosé. Allebei even gulzig.

Je gaat laat slapen en slaapt te weinig. Op het deken, onder het deken, het deken tussen je benen. Alleen een laken. Als we alle calorieën tellen die we op zo’n nacht ronddraaien, begrijp ik niet waarvandaan mijn love-handles komen…

De zon roept ons uit bed. Elke seconde die we blijven liggen, mist de dag een moment om te betoveren. Maak een plan of geen plan van wat je wil doen. Niet van wat je moet doen. Zomerdagen hebben geen plichtplegingen. Zomerdagen hebben een inherente nonchalance. Steek je dag vol, geladen met lustovergoten activiteiten : lust naar luieren, lust naar vrienden, lust naar zongerechten, lust naar roze alcohol, lust naar het leven. Doe alles en tegelijkertijd niets. Doe een zomer op volle kracht.

Ik wens jullie zomer.