Twee mannen.

Mijn ogen tranen, de lachrimpels naast mijn ogen vermenigvuldigen, ik vul mijn glas wijn nog eens bij en acht mezelf dankbaar voor dergelijk onevenaarbare momenten. Hoofdrolspelers van de avond zijn twee mannen, onze mannen, van ieder één – gelukkig niet ieder twee, er zijn grenzen aan een vrouw’s kunnen – één van Liesbet, Fred en één van mij, Erik. Onze mannen kennen elkaar al heel erg lang. Wij kennen elkaar al heel erg lang.

En op een gegeven moment, wanneer je samen al zolang meegaat, begin je door elkaar heen te zien. Je hoort woorden, maar je weet dat deze woorden andere betekenissen hebben. Ik moet jullie inleiden in de avond… De avond begint, vraag me echt niet waarom, met een gesprek over de buxusmot. De mot die half Vlaanderen, en misschien ook Wallonië, maar daar ben ik minder thuis, geteisterd heeft. De avond dwarrelt verder over jeu de boules en wijnterreinen in Frankrijk naar poetsvrouwen en mirakuleuze vuil-verdwijntruken.

Tot na het eten Fred aan Erik vraagt : ‘Erik, hebde gij de buxus al gezien?’ En onwaarschijnlijk, maar waar, in het pikdonker trekken onze mannen, Liesbet’s Fred en mijn Erik erop uit om naar ‘dé buxus’ te gaan kijken. Als voetnoot : onze mannen zijn ruim de veertig gepasseerd, gaan vlot naar de vijftig, zeer vlot zelfs, zijn een paar jaar geleden gestopt met roken en zijn volgens Liesbet en mij een klein jaar geleden stiekem weer begonnen… Goed of niet goed, laten we daar nu geen oordeel over vellen.

Feit is, dat ze dus sinds dat kleine jaar, voor en na onze maaltijden, plotse interesse vertonen in tuinen, in honden uitlaten, in ‘dingen’ vergeten in auto’s, waar Liesje en ik in eerste instantie absoluut geen erg in hadden, maar waarvan we stilaan het vermoeden kregen, dat hun interesse wel eens ergens anders zou kunnen liggen dan bij het ons meegedeelde. Vandaag horen wij dus, na de maaltijd, ineens de vraag ‘Erik, hebde gij de buxus al gezien?’

En ik moet eerlijk zeggen, dat ik hem oorspronkelijk niet eens doorhad. Tot Liesje zei ‘Het is pikdonker, die gaan niet naar de buxus kijken, die gaan een sigaret roken!’ Bijna vijftig zijn ze, onze mannen’ en om tien uur ’s avonds gaan zij samen, in de grootste onschuld, buiten in de tuin, de groene groei van de buxus en de voortplanting van de mot bestuderen. En wij? Wij denken ‘Mannen!’ en lachen tot de tranen over onze wangen rollen.

Op kot.

Ik begin hier te schrijven, onder al deze foto’s, onder beelden die meer zeggen dan woorden, dan ik ooit in lettermateriaal kan uitdrukken. Ik denk dat ik teveel kloek ben, teveel nestexpert.

Ik ben niet bezorgd of klassiek of belerend – denk ik toch niet – of inkrimpend, maar ik ben gewoon wel een vat vol LIEFDE, eindeloos, grenzeloos, bodemloos. Jullie snappen wat ik bedoel.

En als ik er dan één moet achterlaten, lijkt het wel of de kurk op de fles ontbreekt. Ik zou ook kunnen zeggen de slagroom op de taart, maar de kurk op de fles is gewoon veel meer ik.

We doen een tweede tour langs IKEA. We zijn ondertussen in het trotse bezit van een Family Card. De eigenares van Marie’s kot heeft ons verteld dat je met deze kaart recht hebt op gratis water en koffie! Wat we gezien de zon en de blauwe lucht vandaag dapper overslaan. Des te sneller buiten, des te beter.

We zijn alweer wat techniciteiten vergeten thuis waardoor we voor de finale afwerking nog een keer op een zondag zullen moeten terugkomen, maar haar kot begint op een ‘thuis’ te lijken.

Erik tracteert ons, aan het water, zicht op containers, op een stille haven, op de meest fantastische schapenwolken reflecterend in een oud en nieuw havenhuis.

We brengen er uren door. Als een afscheid, maar geen vaarwel, een tot ziens en ik wens je het allerbeste, een unieke tijd, een onvergetelijke tijd. En zo breien we verhalen bij een ondergaande zon en een begin van een wereld, voor jou. Ik hou van je, meisje. Maak jou leven.

The day after.

The day after. Verfrommeld, een beetje stinkend, doodmoe, zwartomwald, maar helemaal voldaan, elke vezel van je lichaam beroerd, gevuld met emoties en impressies, een weerklinkende, rommelende bas in ons binnenste, een zacht sluimerende kater. Adjectieven gedeeld door en verspreid over ons vieren. Elk van ons neemt er wel een paar voor zijn/haar rekening. De campinggangers de meest welriekende en vermoeide. Erik en ik de meest wellevende en bourgondische.

Wij hebben onze jaarlijkse traditie weer met veel genot volbracht. Onze stoelen stonden gereserveerd, op het beste terras van Pukkelpop, bij Marleen en Harry, overgoten met passerende vrienden, familie en buren, met rosé en tapenades rechtstreeks uit de zoete Provence. Marie waait af en toe van het festivalterrein binnen, haar hoofd, rood verbrand, valt spontaan op mijn schouder. Ik streel over haar haren, de vermoeidheid weg. Julie moet uiteindelijk een avond niet werken en verschijnt nog om 21.30u aan de poorten van ons terras. Het gezelschap wordt schoner en swingender naarmate de avond donkerder wordt.

Kris, Liesje’s broer complimenteert mij uitermate vrolijk en oprecht én herhaaldelijk, als om zeker te zijn dat ik de boodschap goed begrepen heb, met mijn schrijfstijl. Zijn dorstige verblijf in de Beer Shack zal wel bijdragen tot zijn heerlijk overtuigde welbespraaktheid. Hij is zo lief. Ann, een klantje komt zwaaien aan ons hek. Iedereen vindt ons. Zelfs een verdwaalde reiziger die door de open poort naar binnen glipt en richting keuken verdwijnt, nog voor Liesje kan zeggen ‘Wie is dat?!?’. Ik dacht dat het een routiné was. Erik begeleidt de overmoedige jongeman kordaat naar buiten, aan de andere kant van onze tralies. Toegegeven, wij lijken een beetje op bavianen in een kooi. Hij wilde misschien alleen maar een glimp achter de schermen van de zoo.

Wij nemen met knuffels en zoenen vol liefde afscheid van kinderen, van Marleen en Harry, van Liesje en Fred. Wel, van deze twee laatsten slechts kortstondig, want binnen een paar uur hebben we alweer afgesproken, op een ander terras. En ware het niet dat Waze, onze gps van dienst, die het nochtans meestal zeer goed met ons meent, maar nu waarschijnlijk door de bas van Mainstage en Marquee uit zijn lood geslagen is, ons op een fieldtrip door de ingewanden van Kiewit, Kuringen, Zonhoven en Hasselt Kanaalkom stuurde, dan zouden we zelfs nog op een betamelijk uur in ons bed gelegen hebben. Nu niet.

Ik stap/val in bed en zet mijn wekker vier uur later. De Delhaize en boodschappen roepen. Gezien de te verwachten uitgetelde toestand van onze pukkelende jeugd hebben we beslist om ons  hernieuwde samenzijn in de eigen tuin te laten doorgaan en niet op een uithuizig terras. Kwestie van slaaplocaties in de buurt te hebben. Ik hak en snijd, terwijl Erik nog snel wat welriekend onkruid tussen de niet meer aanwezige grassprieten uittrekt – de tuin is vier weken in een verbrande zomerslaap geweest, behalve onkruid dat om de één of andere reden alle hittegolven overleeft.

Vijf voor 13u. Marie ligt nog in bed. Julie is gaan joggen!?!?!??? Erik en ik zitten in de veranda. De voorbereidingen zijn klaar. Vijf na 13u. Er gaat geen bel. Zij zijn hier thuis. Gisteren vierden we PKP. Vandaag vieren we Erik’s verjaardag. BBQ, rosé en eeuwige vrienden. De meisjes vallen in slaap en uit slaap. Liesje en Fred, Erik en ik zijn die-hards, wij vieren continu feest. Santé op het leven.

New York – Miami 9 – Het einde.

Dag twee en verder, survival in Miami. Is het het contrast met The Keys dat Miami zo anders maakt? Het feit dat we terug in een stad zitten, na van het Caribische laid back leven te hebben mogen proeven? Men zegt ‘Een olifant in een porseleinkast.’ Wij voelen ons porselein temidden van een kudde olifanten.

We doen iets wat we nog nooit gedaan hebben – wij zijn Lonely travelers in se. We schrijven ons in voor een echte toeristische boottocht, Miami Skyline and Millionaire’s Row. Ik heb adem nodig, ik krijg geen zicht op Miami. Ik vind geen draai, geen zuurstof. Het is drukkend, plakkerig, heet, als een vochtige, warme dweil om je lijf. Gedurende anderhalf uur vergapen we ons aan leegstaande mastodonten, in allerhande geïmporteerde stijlen, Toscaans, Romeins, burlesk, grotesk. Hun tuinen, zwembad en inkijk richting water, richting ons, gapende sardienen in een boot.

Elkeen zonder een levende ziel, eigendom van bovenaardse supersterren als Beckham, Shakira, Al Pacino, de nieuwe vriend én de ex-vriend/man van J Lo. Deze twee laatsten hebben een optrekje naast elkaar, buren dus, handig voor het verhuizen van haar koffers, zou ze zich bedenken. Talrijke andere groten der aarde passeren de revue. Dokter Viagra het statigst van al, zijn dertig uit Afrika geïmporteerde palmbomen trots erect. Zijn patrimonium overtroeft de rest, zoals zijn product hoort te doen. Kleine pilletjes maken grote wonderen. Miami’s skyline passeert hoog, blinkend in de zon, reflecterend in het water, luchtig, opener dan New York, witter, meer zuiders. De boottocht doet ons goed, simpel, het hoofd leeg. We laten Miami over ons heen golven.

We dobberen opnieuw, uren aan een stuk, in het blauwe water van ons zwembad, omringd door families met kleine en grote kinderen, door koppels vrienden, rustig feestend met hun blauwe (voor de meeste meisjes) en rode (voor de meeste jongens) flesje Bud in de hand, en door de in ons hotel weinig talrijk doch prominent aanwezige partygangers met hun eeuwige shot tequila of ander geestverruimend alcohol, met hun exuberante gestes en dito parlée ‘Yo bitches’. Wij integreren, alles went. We trekken baantjes bij het ochtendgloren of bij het vallen van de avond, wanneer de bar nog niet open of reeds gesloten is. Alle tijd ertussen in, hangen we in troep in het zwembad, we maken deel uit van het door het water rimpelende geheel.

We vinden het Miami Design District, een verzameling van mode, kunst, architectuur, interieur en gastronomie. Wijken die ik haast kapot fotografeer. Ik zet de meisjes op honderd locaties, zij worden gek van mij. We vinden het meest heerlijke restaurant, net om de hoek, The Local House. We voelen ons in de Caraïben. Om het circus niet af te leren, ‘dineren’ we in Big Pink, een volwaardig Amerikaans bastion : binnen, een groot vierkant gevuld met al even vierkante tafels, massa’s volk en veel lawaai. Iedereen aan de slag met hamburgers (lekkere!), pizza (lekkere!) en honderd mogelijke combinaties van beiden al dan niet vergezeld van pannenkoeken, waffles, eieren of frieten on the side én de meest fantastisch lekkere huisgemaakte guacamole. Wij eten buiten. We eten een avond pizza, uit dozen, bij zonsondergang op het strand. Marie ziet een dolfijn en nog één. Ze zwemmen op twintig meter voorbij haar. Haar gezicht is één en al zon. We geven onze tweede pizza – We hebben een volledige over. Amerikaanse maatstaven zijn net iets groter dan de onze. – aan de jongens en meisjes naast ons. Ow, thank you so much!

We hebben het privilege getuige te mogen zijn van onvergetelijke taferelen. Vriendinnen rollen de bruid in spe tot aan het water. Ze kan niet meer rechtstaan, combinatie van een behoorlijk overgewicht en net dat laatste shot teveel. Haar best maids zitten plichtsgetrouw uren naast haar, haar af en toe weer recht tillend uit het water wanneer ze scheef zakt, tot ze zelf weer het ene wankelende been voor het andere zet. Stukken van het strand vertonen een sleepspoor, wanneer haar gewicht haar te machtig wordt en haar vriendinnen haar een stuk vooruit trekken, armen onder oksels, haar voeten krachteloos in het zand. Zij vertrekken ruim een uur voor ons. Wij komen ze nog tegen, wanneer we het strand verlaten. Veel succes meisjes.

Vergis je niet, je kan Miami ook anders beleven. Het midden en noorden van Miami Beach is één lange strook oogverblindend wit zand, het meest lichtblauwe zeewater ooit, pure rust en eenzaamheid. Luxe enclaves, familie- en boutiqueresorts en de prachtigste appartementsgebouwen wisselen elkaar af. Geen olifanten hier. Migranten geven Miami haar Zuid-Amerikaanse karakter, haar latino joie de vivre, haar Spaanse roots. Met geld zwaaiende en met goud en Gucci behangen partygangers uit het noorden maken er een met decadente luxe overgoten kermis van.

Betreed je hun contreien, doe het vooral met humor. Lach, want die hebben ze allemaal bij, en een onvoorstelbaar goed humeur, uitgeschreeuwd en tentoongesteld voor Jan en alleman, zonder enige schroom. Wij houden onze laatste dagen vakantie in Miami, een standaard Vlaams gezin in een op hol geslagen kippenhok, we veroveren onze stok.

Every different nation, Spanish, Hatian, Indian, Jamaican, Black, White, Cuban, and Asian. I only came for two days of playing. But every time I come I always wind up stayin’. This the type of town I could spend a few days in. Miami the city that keeps the roof blazin’. Party in the city where the heat is on. All night, on the beach till the break of dawn. “Welcome to Miami”. “Bienvenidos a Miami”.

ps Ik ben weer thuis en vanaf vandaag op mijn vertrouwde stek! Welcome to Bing&Ella.

New York – Miami 8 – Decadent.

Decadent, balancerend op de rand van degoutant, theatraal, deze adjectieven benaderen vrij nauwkeurig mijn eerste indruk van Miami South Beach. Wij zijn in een circus terecht gekomen, waarin een tentoonstelling van veel huid en vormen in minuscule kledingstukken de norm is. Ferrari, Lamborghini, Maserati, een mat zwarte Rolls Royce, Bentley, een gouden Hummer staan langs de straatkant achter gelaten terwijl hun bestuurders en passagiers hun lijven en verdere aardse bezittingen zonder schroom en luidkeels op het strand, in de Art Deco café’s tentoonstellen.

Muziek schalt uit boxen, door elkaar, boven elkaar, stemmen roepen tegen elkaar, boven elkaar. Wij zijn in een kluwen van Harlem, Rio de Janeiro en Cuba terecht gekomen. Latijns Amerika overgoten met drank, rap, beats, disco-outfits en klatergoud. Eerlijk? Ik vraag me af wat onze plaats is in dit zweterige, zwoele geheel. Ik heb een wit kanten kleed aan, Marie een jeansrok met bloemen en een witte t-shirt met roze letters ‘Urban Summer, Julie een wit kleedje met margrieten op geborduurd, een short eronder omdat het anders wat kort is om op straat te lopen, Erik een blauwe short en licht roze hemd. Wij lijken wel van een andere planeet, oeverloos verdwaald, eindeloos misplaatst. Welke kronkel in mijn hersenen heeft gedacht dat een paar dagen Miami de perfecte afsluiter zou zijn na de Keys?!?

Ik kom ogen te kort. Mijn verstand tracht ergens begrip en houvast te vinden. We moeten lachen om het surreële van het hele gebeuren. Ik voel me voor de eerste keer in mijn ganse leven blank, niet omwille van mijn huidskleur, maar omdat wij ‘anders’ zijn, minder open, minder luid, minder té, meer gewoon, minder dit. Ik vraag me ook oprecht af of we deze keer de juiste knop zullen vinden om ons programma op Miami golflengte af te stemmen. Lost Frequencies. Ik zie aan mijn man en kinderen dat zij hetzelfde denken, maar mij te graag zien om het me te zeggen.

We wandelen twee blokken naar ons hotel en trekken ons boven op het dak terug in de stille blauwe oase van het zwembad. Geen geluid onder water.

ps Ik schrijf dit bericht in het vliegtuig naar huis. Zoals in The Keys mijn hoofd te leeg was om te schrijven, was in Miami mijn hoofd te vol.

ps Wegens een tropische storm zijn we met twee uur vertraging vertrokken uit Miami. We zijn ondertussen geland in Lissabon, maar hebben ruim onze aansluiting richting Brussel gemist. Ik heb geen idee wanneer we een volgende vlucht zullen hebben.

ps New York – Miami 9 – The great switch volgt wanneer we ooit op een vlucht richting België raken.

New York – Miami 7 – The Keys.

Ik heb even niet geschreven. Weet je wat er gebeurt wanneer je van New York naar the Keys reist? Het is alsof je hoofd, dat eerst vijf dagen volgepompt is met indrukken, onophoudelijke geluiden, zwoele metroritten en immense hoogtes plots leegggezogen wordt, naakt en doelloos achtergelaten.

Gebouwen komen maar net boven de grond uit. Elk huis, elke tuin, elke achtertuin heeft een verplichte boot, hier leven watermensen. Wij leven op slippers. Er is maar één weg. We kunnen niet verdwalen, niet mis lopen, geen blok te ver gaan.

Het lijkt alsof alle energie je lichaam verlaat, alsof de stilte je omarmt. ‘Look out crocodiles passing’ is veruit het spannendste wat we onderweg tegen komen. We slapen alsof we vijf dagen niet geslapen hebben. Housekeeping maakt ons wakker.

Ik verbrand omdat ik in zee lig te dobberen. Het water is licht turquoise, rimpelloos. Ik dobber van ’s ochtends tot ’s avonds. Sommigen zien een haai. Ik niet, mijn reactievermogen is ergens tussen NYC en the Keys in de lucht op gegaan.

Harriette’s is vlakbij, op fietsafstand. Wanneer je Amerikaanse romans leest en daarin beschreven wordt hoe je je ontbijt kan samenstellen met eieren en spek en muffins en pannenkoeken en wafels en alles met de gewenste saus op één bord, dan ben je hier aan het juiste adres. Elk bord wordt overgoten met een heerlijk overdreven gastvrijheid ‘Hi I’m Eileen and I’ll be your waitress for today.’ Wij blijven dus teruggaan, gewoontedieren wanneer het ergens goed is.

Ik heb te weinig dagen geboekt.

New York 6 – Onvergetelijk Harlem.

Onze laatste dag in New York, onze laatste te bezoeken wijk. We hebben Time to Momo op onze manier afgewerkt. De meeste van mijn met fluostift aangeduide to do’s staan op ons palmares. Sommigen waren minder dan verwacht en zou ik misschien moeten ont-fluo-en. We hebben straten doorzwerfd, blok na blok, de rode lijnen volgend op het plan, ons af en toe afvragend wat het nu eigenlijk is wat we zouden moeten zien. We hebben kilometers gevreten.

Veel meer momenten zijn uniek en onvergetelijk geweest. Ik moet het New York nageven, hoe groot en groots het ook is, wij zijn familiaal warm welkom geheten. Je kan het oppervlakkig noemen. Voor vijf dagen is dit echter niet erg. Ik zoek geen diepgaand emotioneel intelligente relaties, casual conversation bevalt mij prima.

Vandaag staat Harlem op het programma. We pikken op 5th Avenue het einde van de Wereldbeker mee, zonder al te groot enthousiasme, want #wearebelgium en ik smaak op dit moment Frankrijk niet al te zeer. We starten onze wandeling richting Harlem in Columbia University, Ivy League en voor een groot deel in de stellingen. Mijn bedoeling is door Riverside Park te slenteren, volgens New Yorkers het mooiste park. Op de één of andere manier raken we echter verzeild in Morningside Park. Ik heb, denk ik, mijn ingebouwde kompas ondersteboven gezet. Wel, het is ook groen en het heeft gras, struiken en bomen, dus we doen het er maar mee.

We horen Harlem naderen, het geluid van muziek schallend uit luidsprekers van opengedraaide autoramen, van draagbare radio’s op straat gestald, van luid gesticulerende en converserende zwarte dames, zowel in hun telefoon, tegen zichzelf als tegen hun al even mondig gezelschap, van in een volledig lila pak geklede preachers. Een ander New York, het leven speelt zich hier op straat af. Misschien zelfs meer het echte New York. Het New York dat zich niet speciaal voor zijn bezoekers mooi heeft opgemaakt en zijn gekunstelde gezicht heeft opgezet. Het leven zoals het is.

We bezoeken niet echt iets. We wandelen langs Apollo Theater en door straten met houten porches en trappen omhoog tot aan de voordeur. Iets zegt me dat we ons nog steeds in het gegoede deel van Harlem bevinden. Onze maag begint te rammelen. We hebben energie nodig om onze lange wandeling te kunnen voeden. We trekken naar Lido, een gegeerd Italiaans restaurant.

We zouden het niet kunnen missen. Het terras staat over het trottoir uitgestald. We krijgen een tafel geperst tussen erg verbaal sterk en levendig enthousiast converserende, hoofdzakelijk vrouwelijke gasten. We zetten onze volumeknop hoger om elkaar te kunnen verstaan. Erik heeft een wel zeer schelle achtergrond aankleding.

Mijn telefoon trilt. En geen vijf minuten later, wat een onwaarschijnlijk heerlijk uniek en onvergetelijk moment : één van mijn liefste vriendinnen wandelt het terras op. Wij omhelzen alsof het jaren geleden is dat we elkaar nog gezien hebben. Het voelt op dat moment als thuis in New York. Kristin, Maarten en de jongens zijn de avond voordien gearriveerd en zijn vandaag naar ons op zoek gegaan.

We voelen ons vereerd en buitengewoon liefdevol verwend. Wegens gebrek aan plaats op onze levendige stek, rijdt Maarten – niet te geloven, hij manoeuvreert alsof het niks is met de auto door New York – twee blokken terug en zij veroveren een tafel in Vinatería. Wij vergezellen hun en voor de volgende drie uur, doen wij wat vrienden doen : we lachen, we babbelen, we proeven van elkaars borden, Maarten en Erik delen hun bier.

Onze laatste namiddag in New York en de mooiste afsluiter die we ons hadden kunnen wensen. We vertrekken met een rijk gevuld hart en wederzijds de beste wensen voor een schitterende reis, een warme knuffel en een laatste zwaai in het WTC metrostation naar huis. Wij vertrekken deze nacht naar Florida. Maarten en Kristin starten hun verovering van New York.