New York 6 – Onvergetelijk Harlem.

Onze laatste dag in New York, onze laatste te bezoeken wijk. We hebben Time to Momo op onze manier afgewerkt. De meeste van mijn met fluostift aangeduide to do’s staan op ons palmares. Sommigen waren minder dan verwacht en zou ik misschien moeten ont-fluo-en. We hebben straten doorzwerfd, blok na blok, de rode lijnen volgend op het plan, ons af en toe afvragend wat het nu eigenlijk is wat we zouden moeten zien. We hebben kilometers gevreten.

Veel meer momenten zijn uniek en onvergetelijk geweest. Ik moet het New York nageven, hoe groot en groots het ook is, wij zijn familiaal warm welkom geheten. Je kan het oppervlakkig noemen. Voor vijf dagen is dit echter niet erg. Ik zoek geen diepgaand emotioneel intelligente relaties, casual conversation bevalt mij prima.

Vandaag staat Harlem op het programma. We pikken op 5th Avenue het einde van de Wereldbeker mee, zonder al te groot enthousiasme, want #wearebelgium en ik smaak op dit moment Frankrijk niet al te zeer. We starten onze wandeling richting Harlem in Columbia University, Ivy League en voor een groot deel in de stellingen. Mijn bedoeling is door Riverside Park te slenteren, volgens New Yorkers het mooiste park. Op de één of andere manier raken we echter verzeild in Morningside Park. Ik heb, denk ik, mijn ingebouwde kompas ondersteboven gezet. Wel, het is ook groen en het heeft gras, struiken en bomen, dus we doen het er maar mee.

We horen Harlem naderen, het geluid van muziek schallend uit luidsprekers van opengedraaide autoramen, van draagbare radio’s op straat gestald, van luid gesticulerende en converserende zwarte dames, zowel in hun telefoon, tegen zichzelf als tegen hun al even mondig gezelschap, van in een volledig lila pak geklede preachers. Een ander New York, het leven speelt zich hier op straat af. Misschien zelfs meer het echte New York. Het New York dat zich niet speciaal voor zijn bezoekers mooi heeft opgemaakt en zijn gekunstelde gezicht heeft opgezet. Het leven zoals het is.

We bezoeken niet echt iets. We wandelen langs Apollo Theater en door straten met houten porches en trappen omhoog tot aan de voordeur. Iets zegt me dat we ons nog steeds in het gegoede deel van Harlem bevinden. Onze maag begint te rammelen. We hebben energie nodig om onze lange wandeling te kunnen voeden. We trekken naar Lido, een gegeerd Italiaans restaurant.

We zouden het niet kunnen missen. Het terras staat over het trottoir uitgestald. We krijgen een tafel geperst tussen erg verbaal sterk en levendig enthousiast converserende, hoofdzakelijk vrouwelijke gasten. We zetten onze volumeknop hoger om elkaar te kunnen verstaan. Erik heeft een wel zeer schelle achtergrond aankleding.

Mijn telefoon trilt. En geen vijf minuten later, wat een onwaarschijnlijk heerlijk uniek en onvergetelijk moment : één van mijn liefste vriendinnen wandelt het terras op. Wij omhelzen alsof het jaren geleden is dat we elkaar nog gezien hebben. Het voelt op dat moment als thuis in New York. Kristin, Maarten en de jongens zijn de avond voordien gearriveerd en zijn vandaag naar ons op zoek gegaan.

We voelen ons vereerd en buitengewoon liefdevol verwend. Wegens gebrek aan plaats op onze levendige stek, rijdt Maarten – niet te geloven, hij manoeuvreert alsof het niks is met de auto door New York – twee blokken terug en zij veroveren een tafel in Vinatería. Wij vergezellen hun en voor de volgende drie uur, doen wij wat vrienden doen : we lachen, we babbelen, we proeven van elkaars borden, Maarten en Erik delen hun bier.

Onze laatste namiddag in New York en de mooiste afsluiter die we ons hadden kunnen wensen. We vertrekken met een rijk gevuld hart en wederzijds de beste wensen voor een schitterende reis, een warme knuffel en een laatste zwaai in het WTC metrostation naar huis. Wij vertrekken deze nacht naar Florida. Maarten en Kristin starten hun verovering van New York.

New York 5 – Rockaway.

We waren steendood gisteren, versmolten met de hitte van de stad, de gemoederen opgehitst – voor de eerste keer -, onze hersenen en lijven verzengend in brand.

Het is heter dan de voorbije dagen, geen wolken aan de hemel, geen zucht van wind. Eeuwige joggers lopen ons gezwind voorbij op Williamsburgbridge. Je hebt drie stroken : wandelaars, fietsers en de in NY alom aanwezige rennende mens. Wandelaars zijn toeristen. Wat snel beweegt zijn locals.

Wij vinden de perfecte start van de dag : een jonge ontwerper met een hitte proof selectie aan jurken is in zijn kleine ‘atelier’ op zijn laptop naar Engeland-België aan het kijken. Julie en Marie verdwijnen in zijn paskamer, Erik kleeft aan het scherm. De jongen, ik ben zijn naam even kwijt maar heb zijn kaartje ergens, vertrouwt ons toe dat hij eigenlijk van plan was voor Engeland te supporteren. Hij beslist stante pede over te lopen naar #wearebelgium en met zijn allen zijn we glorieus getuige van de triomf van onze Red Devils.

We slenteren verder richting Smorgasburg, een oneindige verzameling van eetkramen met wereldkeuken : Jamaica, Japan, typical USA, gigantsiche rode lobster, Korea , China , Mexico. De grond smelt onder onze voeten, de warmte van de massa en van de grills verteert de laatste nog aanwezige zuurstof.

Wij veroveren ieder onze smaakpapilstrelende droom en een plaats in de schaduw. We liggen in troepen onder de bomen. Enkelingen trotseren de zinderende hitte en verschrompelen als rozijnen.

We staan in lijn, in file voor de ferry. We hebben het warm, mijn humeur heeft ergens tussen mijn kreeft, een mopper van Julie en zucht van Erik – Marie blijft dapper de vrolijkheid zelve, maar wordt evengoed mijn slachtoffer – een kookpunt bereikt. Ik duw alle plannen en gidsen in hun handen en deel bitsig mee dat zij de rest van de reis maar moeten plannen. Ik gedraag me een halfuur als een verstandeloze twaalfjarige, volgens Julie, alvorens ik mijn volwassenheid terugvind en mijn organisatorische trekken niet meer kan bedwingen.

We besluiten na conclaaf verkoeling op te zoeken. We traceren de langstdurende ferry die er bestaat en gaan aan boord richting Rockaway, drie kwartier varen buiten New York City, drie kwartier wind in de haren en eindeloos gebrul van de motoren. We komen weer helemaal op positieven. 18.30u, we gaan aan wal. We wandelen naar The Wharf, de dichtstbijzijnde, en enige, ‘diner’ langs deze kant van het schiereiland.

We beseffen het, nu echt, we zijn in Amerika. The Wharf is puur, onontgonnen turf, de oude wereld. Het schitterende terras zit eivol. We krijgen een tafeltje binnen aangeboden, in het midden tussen vier schermen waarop The Mets hun ding doen en geregeld een Aaah en Oooh uitlokken, recht voor de deuropening met zicht op het water. Wij vinden het allemaal geweldig. Ik drink Hoegaerden, uit de fles. Hier geen verspilling van water voor afwas en trouwens uitgesproken als ‘Howgoard’.

Het eten is letterlijk zoals het op de kaart staat : hot dog, hamburger en een sandwich kip is een zacht rond broodje met een stuk kip. Het smaakt, wat meer moet je hebben? We zijn bekomen en integreren. We hebben elkaar teruggevonden. Een man op de fiets spreekt ons aan. Hij herkent ons !?! 😉 !!! en vraagt wat we van Rockaway vinden en of we naar the Beach gegaan zijn. Zover zijn we zelfs niet geraakt.

New York 4 – Sexy Black Guys.

We zijn ondertussen experts in metro rijden. We detecteren de snelste routes. We weten ondertussen zelfs welke lijnen airco aan boord hebben en welke sauna’s zijn. Vandaag snuiven we een vleug cultuur, Bing&Ella style.

Heavenly Bodies in the MET. Uniek, adembenemend, in een perfecte setting met de perfecte muziek. We raken elkaar kwijt en komen elkaar weer tegen. Ik vind onze Belgen, Raf Simons en A.F. Vandevorst, temidden van de groten der aarde, Dior, YSL, … Pracht en praal in een katholieke jas gegoten.

We halen onze lunch bij Butterfield Market. Een toog vol vers klaargemaakte, oog- en, later blijkt ook, tongstrelende gerechten. Je zegt aan de dames en heren achter de toog met welke ingrediënten zij jouw lunchbox op maat mogen vullen. Alles wordt in een zak geladen, inclusief bestek. Wij trekken met onze culinaire schat richting Central Park. Wij gaan picknicken.

Zonder de Sexy Black Guys gerekend. Zij zijn schaamteloos eerlijk, heerlijk elastisch en met een absoluut te smaken humor. Street performance van de bovenste plank. We klappen in onze handen nog voor we het goed en wel weten. Erik wordt aan hun act toegevoegd nog voor we het realiseren. Ik geef een bijdrage in hun immense zak en mag en plein public vertellen dat ik uit Belgium kom. Ik krijg applaus.

Onze zak met heerlijkheden staat dus wel een halfuur smachtend op de grond te wachten. Gezien Erik in het rijtje in het midden staat, zit er niets anders op dan de Sexy Black Guys hun ding tot op het einde te laten doen. Ze zijn gelukkig goed, ze hebben het wel doordacht. Wanneer je zonder schroom met jezelf lacht, vindt iedereen een kwinkslag aan het eigen adres veel makkelijker te verteren.

We keren terug naar Soho. Upper West Side en Harlem bewaren we voor één van de volgende dagen. De meisjes willen graag shoppen. Erik niet zozeer, maar voor ieder wat wils, vanzelfsprekend. Hij dwarrelt door de straten, terwijl wij doen waar we goed in zijn. Ik moet het hier toch even zeggen, want het is zo’n verschil met België : iedereen is zo heerlijk van harte vriendelijk. Je wordt in eender welke winkel op handen gedragen. Marie maakt vrienden met een zalige gay winkeljongen. Nog voor ze haar eerste kledingstuk gepast heeft, wisselen zij levensgebeurtenissen uit. Hij vraagt of ze geen zin heeft in NY te komen studeren, Zij leert hem sterrenbeeld te zeggen in het Nederlands.

Erik vindt ons terug. We zaten nochtans goed verstopt. Hij vindt dat hij een pint verdient heeft. Wij denken bij onszelf dat er nog twee dagen komen, dus we willen dit wel even doen voor hem… Mulberry street is van noord naar zuid afgezet. Op minder dan een halfuur tijd staat de straat vol terrassen, Italiaanse. Wij veroveren een hoge tafel en een Aperol cocktail in de raamopening van Gelso&Grand.

Erik maakt vrienden met een Amerikaans fotograaf/filmmaker. We geven elkaar een hand, nemen afscheid en lopen terug naar de metro. Het verkeer zit vast. Voor onze neus staat een grote zwarte wagen, gevuld met twee omvangrijke zwarte heren. Onder hun wagen slepen zij een oranje-wit gestreepte verkeerskegel mee. Wij moeten lachen. Zij zien het. Zij draaien hun raam open : ‘There was a lot of traffic, so we just went over the cones.’ Dit is New York.

We eindigen de avond op onze pier. Erik alweer met Chicken over Rice, ik met een glimlachende blik op de dansende Chinese tai-chi dames. De wereld komt hier samen.

New York 3 – Give peas a chance.

Donderdag. Compleet verfrommeld, leeggezogen, volgepompt. marathon gewandeld, zeventig verdiepingen op The Rock.

Het begin, de metro. Lijn 1-2-3 heeft stroompanne, gebrek aan stroom. Hij raadt ons plechtig aan A-C-E te nemen. Gezien iedereen van 1-2-3 op A-C-E moet, heeft A-C-E vervolgens gebrek aan lucht. Het is nog geen 09.00 uur in de ochtend en ik voel de eerste parel over mijn rug glijden.

Gisteren hebben we 15.2 km gewandeld. Erik heeft me vanmorgen vriendelijk gezegd dat hij het zou appreciëren dat we vandaag minder stappen zouden zetten. Ja hoor. West Village en de High Line zitten in onze benen, wanneer ik noodgedwongen een stop maak voor pleisters. Mijn twee blaren van gisteren hebben vriendinnen gekregen. De dame in de farmacie verwijst ons ijverig naar de snelkassa, enkel voor creditcards. Je scant zelf en betaalt zelf. Veel sneller dan een reguliere kassa. We hebben haar vier keer moeten roepen omdat ons gerief weigerde. De snelkassa was een getimede tegenvaller.

Erik verzorgt professioneel mijn voeten, hem gepresenteerd op de rand van een bloembak en ik ben weer helemaal als nieuw. Volgende stop Grand Central Terminal, pracht en praal in een treinstation gegoten. We willen een hap eten van de Northern Food Market, maar wegens gebrek aan plaats om onze vermoeide lichaamsdelen over een stoel te draperen, besluiten we deze heerlijkheden voorbij te laten gaan en ons hongerige geluk elders te beproeven.

Op weg naar voedsel voegen we de Public Library nog aan ons palmares toe, toegegeven, ook mooi, maar licht overschaduwd door haar nabije stationsbuur. Ze scoort echter op de valreep één glorieus doelpunt : in haar achterste regionen verstopt ze Bryant Park met gras, duizend tafels, drieduizend stoelen, een podium, een bar, een bistro, een grill, een voedselkraam en heerlijk zichzelf wezende New Yorkers. Wij eigenen ons voor de komende zevenennegentig minuten een tafel toe in de bistro ‘I am Helena and I’ll be at your service. Call me if you need anything.’ Sauvignon, bier, gratis water en voor de meisjes ‘a free refill’. De naar andere tafels voorbijwandelende gerechten zien er voluptueus uit. Eens op ons bord smaken ze iets minder, maar het feit dat we buiten zitten, in het groen, op vijftig meter van de hitsig klaxonerende stad en Helena aan onze zijde hebben, maakt veel goed. Onze tip wordt zelfs voor ons uitgeschreven en beslaat de onderste drie lijnen van de bill, 18%, 20% en 22%, lekker geen hoofdrekenen meer na twee glazen wijn.

De massa op straat wordt dikker en dikker en zuigt ons richting Times Square, Marie’s hoogtepunt van de reis, mijn neon hel in gedachten. Het is over the top, compleet plat commercieel toeristisch, maar het verrast me tegelijkertijd met puur enthousiast in duizend beelden flikkerende kermis, wandelende vrijheidsbeelden, supermannen en naakte Amerikaanse vlaggen. Ik trek een foto van Erik met Marie en Julie links en rechts van hem, iemand met een serieus grote camera vraagt of hij ook een foto mag nemen!?!

Onze eindbestemming van de dag ligt zeventig verdiepingen hoog, Rockefeller Center, Top of the Rock. Ik sta in de ons katapulterende lift te blazen, hoogtevrees mentaal onderdrukkend. Ik vind de Eiffeltoren al verschrikkelijk hoog. The Rock is echter anders, hij ‘wiegt’ minder voelbaar en er is the guard die ons aanspreekt en vervolgens overschakelt naar accentloos frans, want voor buitenlanders spreken alle Belgen frans. Nederlands kan hij niet, zegt hij, maar zijn frans is vlot van tong. Zeventig etages hoog en ik converseer frans in New York.

Ik heb Erik vanmorgen minder dan vijftien kilometer beloofd. We eindigen op 17.6 met elastieken benen, kloppende voeten – Mijn professioneel en liefdevol in bandages verpakte blaren hebben het goed overleefd. – en Chicken over rice, ons aanbevolen door een stamgast van de foodtruck onder ons hotel. We gooien ons op een stoel aan een tafel aan de waterkant en scheppen per twee uit een bak. Marie en Julie zonder saus. Erik en ik met ‘witte’ saus en medium spicy. Ik durf eerlijk niet zeggen of mij nog smaakpapillen resten. Delicious fast food in een glorieuze setting. De meisjes gaan naar boven. Erik en ik tellen de seconden van de ondergaande zon aan onze millionairstafel.

New York 2 – Blisters.

Ik moet me eerst even verontschuldigen voor het geval ik wat warrig klink. Het zou misschien net dat laatste glas geweest kunnen zijn dat we hoog in de lucht genuttigd hebben. Het kan echter ook het tijdsverschil zijn, wat een invloed heeft op mijn accuraat schrijfvermogen.

Woensdagochtend. 05.09u en ik ben klaarwakker. 06.10u en ik hoor de rest van mijn gezelschap heen en weer draaien in hun bed. 06.30u en de eerste staat onder de douche. Dit is geen vakantie. Dit is een ochtendmarathon. Wij begeven ons samen met de forenzen – we staan lekker relaxed rechts met ons vieren, terwijl zich een ernstig geklede rij links gevormd heeft, maar ze zijn zo vriendelijk/beleefd genoeg om ons ertussen te laten. Kan natuurlijk ook liggen aan de vaag herkenbare zwart geel rode strepen die ik nog steeds, zelfs na het douchen, meedraag op mijn hand. – naar de andere kant van de Hudson. Wat een zicht. New York ligt in alle glorie aan onze voeten.

9/11 Memorial. Ik word heel stil. Ik krijg kippenvel op mijn armen. Zelden heeft een monument zo eenvoudig uitgebeeld wat ooit de verscheurende realiteit geweest is. Met het in de vierkante diepte verdwijnende water, zie je de torens voor je ogen in elkaar zakken. Het is onze eerste stop in New York, om minder dan 09.00u ’s ochtends. We zijn weinig talrijk en vol stil respect.

We lopen even alvorens we weer echt een doel vinden. Ik heb een Momo route, maar ineens lijkt ze minder belangrijk. Ik kies voor een massieve bestemming, een brug tussen culturen. We wandelen tot aan en over Brooklyn Bridge en doen ons best niet van het voetpad gereden te worden door verwoed bellende fietsers, racefietsers die uit beide richtingen komen en zonder enige twijfel de baas boven de voetganger zijn. De overkant, de eerste zweetparels sluipen tevoorschijn ter hoogte van onze slapen. Het is heet in New York.

We duiken de metro in, richting Lower East Side. Denken we. Het duurt een paar haltes alvorens we door hebben dat we de verkeerde kant uitgaan. Lang leve Julie. We vloeken op de metro, het is zo warm dat je de hitte in je lijf voelt kruipen, van je lijf voelt druipen. We hebben honger en dorst en we zijn verkeerd gereden. We verlangen naar de duidelijkheid van de Parijse metro, niet naar de Fransen echter, want #wearebelgium, ALTIJD.

Dudley’s, Orchard Street 85. Onze redding. Bier en wijn en water en home made lemonades en werkelijk schitterende, niet gesofisticeerd, maar gewoon perfect smakende gerechten. Ze zetten ons vieren aan de toog want dat zijn de enige vrije plaatsen. We krijgen een Amerikaans vriendelijke eersteklas bediening. Mijn camera wordt zelfs achter de toog opgeborgen zodat er genoeg plaats overblijft voor het etaleren van alle aards genot. De frieten zijn op de één of andere manier onwaarschijnlijk krokant. De sauvignon smaakt beter dan ooit. We komen op krachten.

Na het eten dwalen we wat, zonder exacte bestemming. Soho, Nolita. Tot we besluiten de Staten Island Ferry te nemen. Meer uit gemakzucht : een halfuur heen, een halfuur terug, bootje varen zonder de ene voet voor de andere te hoeven zetten. Op de terugweg maken we de voorsteven/achtersteven, geen idee wat wat is want die boot vaart zowel met zijn achterkant als met zijn voorkant naar voor, tot de onze. Onze haren blazen alle kanten uit in de wind. Lady Liberty groet ons : Welcome in New York.

Ik heb blaren op mijn voeten. We hebben geen kam noch borstel bij. Vergeten in België. We hebben niet meer de moed om op zoek te gaan. We douchen en spoelen een dag New York van ons lijf.

New York 1 – The beginning.

Ik weet het, New York zou niet ver mogen lijken. Iedereen gaat er naartoe, iedereen is er geweest, iedereen heeft tips en tricks. Mij lijkt New York echter groot en groots. Ik heb nochtans al een stukje wereld gezien. We zijn ooit bijna gedumpt in het midden van Chinese nowhere, onze vliegtuigtickets zijn ooit doorverkocht geweest aan één of ander Olympisch team, waardoor aan de onze plotsklaps geen stoelen, noch vlucht meer gelinkt waren. We zijn echter overal geraakt, goed terecht gekomen. We waren ook nog jong toen, weinig te verliezen, veel te ontdekken. De wereld lag aan onze voeten.

New York echter lijkt me van een ander caliber. Ik weet nog niet, wat het met mij gaat doen. Ik ben eerlijk niet zo’n citymens. Ik word er pas één wanneer ik in een stad mijn stukje eigenheid ontdek. Het hoeft niet veel, niet groot, noch groots te zijn. Het is net dat stuk waar ik mezelf kan zijn, waar ik mezelf geen toerist maar een aboriginal voel. Waar ik uren kan dwalen en zitten, zonder op het einde van de dag veel gedaan te hebben. Waar ik de lokale geur opsnuif en inadem.

New York voor mij nu is Lonely Planet, Time to momo, is tips van Anna en Ardy en Inge, Peggy en Wouter en Jolanda en nog een hele lading klanten die van New York wel hun ding gemaakt hebben. Die allemaal zeggen dat New York onder hun huid kruipt, dat ze de stad reeds missen nog voordat ze goed en wel opnieuw voet aan Belgische bodem gezet hebben. Die van New York een soort tweede thuishaven maken.

Ik ben dus nog niet zover. Ik zit op mijn slippers in het vliegtuig en vraag me af wat de ochtend gaat brengen. Ik heb mijn notaboekje en app van Sygic bij de hand. We gaan waarschijnlijk een verkeerde metro nemen en twee straatnummers wisselen. Greene Street kan ik perfect onthouden, maar 97 en 79 heb ik in mijn hoofd al gewisseld nog voor ik de hoek om ben.

We zullen er echter wel geraken. #wearebelgium en de wereld ligt aan onze voeten.

Vivere con il colore.

IMG_9026

Ik kan het bijna niet geloven dat het echt vakantie is, werkelijk twee weken aan een stuk de deur achter je dicht trekken en doen alsof de wereld niet bestaat, wanneer genieten het enige belangrijke is. Het is zondagavond en ik heb nog vier dingen op mijn to do lijst staan. Vier van de zevenhonderdzesendertig.

Mami is deze ochtend mijn strijk komen halen, spullen die nog mee moeten in de valies – Ik heb de beste Mami ter wereld. – want wij zijn uitgenodigd op een verjaardagsfeest. Dit is de grootste luxe, wanneer je mag gaan genieten aan de meest heerlijke tafel en in tussentijd je strijk gedaan wordt. Dit is vakantie, nog voor we echt begonnen zijn, een met zon en gelach overgoten prelude, die het begin belooft van veel en veel meer.

Ik moet vervolgens eerlijk toegeven dat ik mij vanochtend voorgenomen had om bij terugkomst thuis alvast wat valies in te pakken en ook de nummer vier op mijn lijst uit te voeren, maar het leven is te mooi en te kort om er niet van te genieten en er ligt nog één fles champagne in de ijskast, ‘Vivere con il colore’ leest de bijgevoegde kaart.

Wij doen ons best, liefste vrienden. Doe hetzelfde. Iedereen verdient het. Santé op het leven.

Dankjewel, Liesje en Fred voor een topbegin van de vakantie, Mami voor de luxueus gedane strijk, Ann en Kris voor de kleurrijke champagne.