New York 5 – Rockaway.

We waren steendood gisteren, versmolten met de hitte van de stad, de gemoederen opgehitst – voor de eerste keer -, onze hersenen en lijven verzengend in brand.

Het is heter dan de voorbije dagen, geen wolken aan de hemel, geen zucht van wind. Eeuwige joggers lopen ons gezwind voorbij op Williamsburgbridge. Je hebt drie stroken : wandelaars, fietsers en de in NY alom aanwezige rennende mens. Wandelaars zijn toeristen. Wat snel beweegt zijn locals.

Wij vinden de perfecte start van de dag : een jonge ontwerper met een hitte proof selectie aan jurken is in zijn kleine ‘atelier’ op zijn laptop naar Engeland-België aan het kijken. Julie en Marie verdwijnen in zijn paskamer, Erik kleeft aan het scherm. De jongen, ik ben zijn naam even kwijt maar heb zijn kaartje ergens, vertrouwt ons toe dat hij eigenlijk van plan was voor Engeland te supporteren. Hij beslist stante pede over te lopen naar #wearebelgium en met zijn allen zijn we glorieus getuige van de triomf van onze Red Devils.

We slenteren verder richting Smorgasburg, een oneindige verzameling van eetkramen met wereldkeuken : Jamaica, Japan, typical USA, gigantsiche rode lobster, Korea , China , Mexico. De grond smelt onder onze voeten, de warmte van de massa en van de grills verteert de laatste nog aanwezige zuurstof.

Wij veroveren ieder onze smaakpapilstrelende droom en een plaats in de schaduw. We liggen in troepen onder de bomen. Enkelingen trotseren de zinderende hitte en verschrompelen als rozijnen.

We staan in lijn, in file voor de ferry. We hebben het warm, mijn humeur heeft ergens tussen mijn kreeft, een mopper van Julie en zucht van Erik – Marie blijft dapper de vrolijkheid zelve, maar wordt evengoed mijn slachtoffer – een kookpunt bereikt. Ik duw alle plannen en gidsen in hun handen en deel bitsig mee dat zij de rest van de reis maar moeten plannen. Ik gedraag me een halfuur als een verstandeloze twaalfjarige, volgens Julie, alvorens ik mijn volwassenheid terugvind en mijn organisatorische trekken niet meer kan bedwingen.

We besluiten na conclaaf verkoeling op te zoeken. We traceren de langstdurende ferry die er bestaat en gaan aan boord richting Rockaway, drie kwartier varen buiten New York City, drie kwartier wind in de haren en eindeloos gebrul van de motoren. We komen weer helemaal op positieven. 18.30u, we gaan aan wal. We wandelen naar The Wharf, de dichtstbijzijnde, en enige, ‘diner’ langs deze kant van het schiereiland.

We beseffen het, nu echt, we zijn in Amerika. The Wharf is puur, onontgonnen turf, de oude wereld. Het schitterende terras zit eivol. We krijgen een tafeltje binnen aangeboden, in het midden tussen vier schermen waarop The Mets hun ding doen en geregeld een Aaah en Oooh uitlokken, recht voor de deuropening met zicht op het water. Wij vinden het allemaal geweldig. Ik drink Hoegaerden, uit de fles. Hier geen verspilling van water voor afwas en trouwens uitgesproken als ‘Howgoard’.

Het eten is letterlijk zoals het op de kaart staat : hot dog, hamburger en een sandwich kip is een zacht rond broodje met een stuk kip. Het smaakt, wat meer moet je hebben? We zijn bekomen en integreren. We hebben elkaar teruggevonden. Een man op de fiets spreekt ons aan. Hij herkent ons !?! 😉 !!! en vraagt wat we van Rockaway vinden en of we naar the Beach gegaan zijn. Zover zijn we zelfs niet geraakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.